19-12-10

De edelsteen

Path, march, 1887, te vinden in William Q. Judge als
Papyrus - The Gem
, Theosophical Articles, vvol II, p. 403-405,
Theosophy Company en Echoes of the Orient, Vol III, p. 271

Papyrus - De Edelsteen Rameses (pseudoniem van W.Q. Judge)

Op de wegen was het een gedrang van mensen die naar het grote plein liepen, want het was het feest van de Godin. De tempels waren afgeladen, terwijl lange rijen van mannen en maagden in de gewaden van "Het Heilige" naar de rivier slingerden. Muziek en zang werd luider en zwakte weer af in het avond briesje, zoals de polsslag van een kloppend hart.

Hier en daar waren de schrift geleerden te zien en zittend op de open plaatsen, de Verhalen Vertellers.
Een van hen, terwijl ik bij hem in de buurt uitrustte,
vertelde het verhaal van:
"Iemand Die De Edelsteen Vond"

In het land van de Wijze Mannen, daar leefde een jonge man. Vele jaren had hij gewerkt in een vreemde mijn; de 'Mijn van de Onschatbare Edelstenen'; - hoopvol, dapper, maar tevergeefs. Hij wist allang dat hij die de Meester Steen zou vinden, vrij zou zijn, vol van vrede en nooit meer zou hoeven graven, want niets beters dan dat kon gevonden worden.
Hij wist ook dat hij die de steen vond
deze moest delen met alle mensen.

Vele kleinere stenen had hij gevonden, maar deze legde hij opzij om te gebruiken als de grote steen gevonden was. Stil en bestendig werkte hij door, tot op een donkere dag, terwijl hij zo zwak was geworden dat hij nog maar een poging kon doen, werd die poging een succes en voor hem lag de grote edelsteen.
Moe, zwak, maar vreugdevol, nam hij het bij zich aan de borst en ging eropuit om het te delen met anderen; want hij die anderen niet vertelt van zijn edelsteen, en hem deelt met alle mensen moet het weer verliezen.

Ver zwerfde hij, zijn wonderlijke verhaal vertellend;
het Vinden van de Onschatbare Steen - de steen die mensen groter, wijzer en liefdevoller maakte dan alle levende dingen; de steen die geen mens kon houden, tenzij hij hem weggaf.

Ver reisde hij in zijn eigen land, om zijn verhaal te vertellen en van de Steen te geven aan ieder die hij tegenkwam. Stilletjes luisterden ze - zwaarmoedig mediteerden ze en zachtmoedig zeiden zij:
Dit is Kali-yuga, de donkere tijd.
Kom over honderd duizend jaar terug.
Tot dan is de steen niet voor ons. Het is Karma

Verder zwerfde hij, altijd proberend het zelfde doel te bereiken. Zwaarmoedig luisterden zij, zachtjes spraken zij: 'Vrede zij met u. Als de Lotus ophoudt te bloeien en onze heilige rivier droog valt, kom dan terug.
Tot dat moment hebben wij de steen niet nodig.'

Over de zeeën kwam hij in een ander land, vol vertrouwen dat ze hier wel zouden luisteren en met hem delen. De vele dagen van zwerven en de lange reis over de zee hadden hem dun en haveloos eruit doen zien. Hij had hier niet aan gedacht, maar terwijl hij zijn verhaal vertelde werd hij er voortdurend aan herinnerd en dacht hij ook aan andere zaken want de mensen hier antwoorden op vele manieren en niet altijd vriendelijk.

  • Sommigen luisterden, want zijn verhaal was nieuw voor hen, maar de edelsteen was ongeslepen en zij wensten het   glanzend.
  • Anderen stonden even stil en wilden dat hij het verhaal in hun tenten vertelde, want dat zou hen verheven en  beroemd maken, maar zij wilden de edelsteen niet. Omdat hij niet tot hun stam behoorde, konden zij niets van hem aannemen.
  • Een stond stil en wilde wel wat van de edelsteen, maar hij wilde het gebruiken om zijn eigen positie te verhogen en zijn collega's te overtreffen in marchanderen en onderhandelen. De reiziger was niet in staat van de  steen te geven aan iemand als dit.
  • Weer een ander luisterde, maar in omdat de reiziger weigerde de edelsteen in de lucht te doen zweven, wou hij er niets van hebben.
  • Iemand anders hoorde het verhaal, maar hij wist een betere steen en was er zeker van dat hij het vinden zou,  want hij at niets dan sterren stralen en maanlicht.
  • Iemand anders kon niets van de steen ontvangen of naar het verhaal luisteren, want de reiziger was arm en onverzorgd. Als hij nou in paars en fijn linnen gekleed was geweest en zijn verhaal in bloemrijke taal verteld had, was hij  misschien echt de eigenaar van De Edelsteen.
  • Nog een ander hoorde, maar wist zeker dat dit de edelsteen niet was. Omdat de Zwerver in het verleden zonder succes was geweest, kon hij toch zeker nu de  echte steen niet gevonden hebben.
    Zelfs als hij het gevonden had, kon hij nooit het juiste beoordelingsvermogen hebben om het te verdelen.Dus wilde hij niets van de steen.

Overal ging de Zwerver en overal was het hetzelfde.
Sommige wilden het wel, maar de steen was te hard, of niet glanzend genoeg. Hij was niet een van hen, of hij was te onontwikkeld. Hij was niet netjes en te vuil om in hun ideeënwereld te passen, dus wilden ze niets van zijn steen weten.

Droevig, verouderd en met bloedend hart zwierf hij terug naar het land van de Wijze Mannen.
Naar een van hen ging hij, vertellend van zijn reizen en dat niemand met hem de steen wilde delen en ook van zijn verdriet dat hij het verliezen moest.

"Wees niet bedroefd, mijn zoon,' zei de Wijze,
'de steen is voor jou, noch kan je haar verliezen".
Hij die de moeite neemt om zijn medemensen te helpen is de rechtmatige eigenaar van de steen en bezit haar helemaal ook al heeft hij haar met de hele wereld gedeeld. Aan iedereen die je gesproken hebt, ook al wisten ze het niet, heb je een van de kleinere stenen gegeven die je gevonden had. Dat is genoeg.
Als de Meester Steen geslepen en gepolijst is, dan is het werk van de fortuinlijke bezitter klaar.
Het lange reizen en vermoeiende zwerven, het brekende hart en de ogen vol tranen hebben je edelsteen geslepen en gepolijst.
Kijk, het is een witte en glanzende steen!'

Het uit zijn borstzak halend, staarde de Zwerver in het wonderlijke licht van de steen terwijl een uitdrukking van grote vrede over zijn gezicht kwam.
De edelsteen aan de borst nemend en de oogleden gesloten, viel hij in slaap, geen zwerver meer.

23:58 Gepost door Lucia in Inspiratie teksten | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

21-11-10

Zenverhaal Vertrouwen

Vertrouwen.
Een bakker kreeg boter van een boer en de boer brood van de bakker.
Na een tijdje viel het de bakker op dat de stukken boter van de boer,
die drie pond zouden moeten wegen, steeds lichter werden.
Zijn weegschaal gaf hem gelijk en hij klaagde zijn boterleverancier
aan bij de rechter.
Uw stukken boter zouden niet het vereiste gewicht hebben,
zei de rechter tegen de boer.
Dit stuk zou drie pond moeten wegen,
het weegt echter veel minder.
Dat is uitgesloten, meneer de rechter, zei de boer,
ik heb het elke keer nagewogen.
Misschien kloppen uw gewichten niet, meende de rechter.
Hoezo gewichten, vroeg de boer stomverwonderd.
Ik heb helemaal geen gewichten, die gebruik ik nooit.
Maar waar weegt u dan mee als u geen gewichten heeft,
vroeg de rechter.
Heel eenvoudig, zei de boer, ik krijg mijn brood van de bakker
en hij krijgt boter van mij.
Een brood weegt drie pond dus leg mijn boter links op
de weegschaal en een brood rechts en zo weeg ik dat af.

22:54 Gepost door Lucia in Inspiratie teksten | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

16-11-10

Mijn ziel

Mijn ziel is uitbundig
te midden van mijn pijn,
want tussen de doornen
ruik ik de geur van de roos,
die op het punt staat te ontluiken.
- Catharina van Siena -

21:37 Gepost door Lucia in Inspiratie teksten | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

16-10-10

Zenverhaal over verdriet en hoop

Het verhaal van verdriet en hoop

Er was eens een kleine vrouw die langs een stoffige veldweg kwam. Ze was wel al tamelijk oud maar haar loop was licht en haar lachen, had de frisse glans van een onbezorgd meisje. Bij een inéén gekrompen gedaante bleef ze staan en keek naar beneden. Ze kon niet veel herkennen. Het wezen dat daar in het stof op de weg zat leek bijna figuurloos. Het deed haar denken aan een grauwe flanellen deken met menselijke vormen.
Ze bukte zich en vroeg "Wie ben jij?" Twee bijna levenloze ogen keken moe ophoog. "Ik? Ik ben het Verdriet." Fluisterde een stem stamelend en zo zacht dat ze het bijna niet kon horen.
"Och, het Verdriet!", riep de kleine vrouw blij alsof ze een oude bekende begroette.

"Je kent mij?" vroeg het Verdriet wantrouwend. "Natuurlijk ken ik jou. Steeds weer heb je mij een stuk weg begeleid".
"Ja maar, stotterde het Verdriet, Waarom vlucht je dan niet voor mij?" "Waarom zou ik voor je vluchten, mijn liefje? Je weet toch zelf maar al te goed dat je elke vluchteling inhaalt.
Maar wat ik je wilde vragen, waarom zie je er zo moedeloos uit?'
"Ik... Ik ben verdrietig" antwoordde de grauwe gedaante met gebroken stem. De kleine oude vrouw ging naast haar zitten.
"Je bent dus verdrietig" zei ze en knikte vol begrip met haar hoofd.
"Vertel me eens wat jou zo bedrukt."

Het Verdriet zuchtte diep. Zou dit keer echt iemand luisteren? Dat had ze zich al zo vaak gewenst. "Ach, weet je, begon ze voorzichtig, het is zo. Niemand mag mij. Het is nu eenmaal mijn bestemming om onder de mensen te gaan en een tijdje bij ze te blijven. Maar als ik kom schrikken ze terug. Ze zijn bang voor mij en mijden me als de pest.". Het Verdriet slikte hard. "Ze hebben spreekwoorden uitgevonden met welke ze me willen verbannen. Ze zeggen "Ach, het leven is een groot feest". En hun valse lachen leidt tot maagkrampen en ademnood. Ze zeggen "Geërgerd is datgene wat hard maakt". En dan krijgen ze hartpijnen. Ze zeggen "Je moet je maar bij elkaar houden" En ze voelen het getrek in de schouders en de rug. Ze zeggen dat alleen zwakkelingen huilen. En de opgekropte tranen doen hun hoofd bijna uit elkaar springen. Of ze verdoven zich met alcohol of drugs opdat ze mij maar niet hoeven voelen."
"Och ja, bevestigde de vrouw, zulke mensen ben ik al vaker tegen gekomen.'!
Het Verdriet zakte nog verder in elkaar."En dat terwijl ik alleen maar de mensen wil helpen. Als ik heel dicht bij ze ben kunnen ze zich zelf ontmoeten. Ik help hen een nest te bouwen waar ze hun wonden in kunnen verzorgen." Wie verdrietig is heeft een erg dunne huid. Het leed breekt weer op als een slecht genezen wond en dat doet pijn. Maar alleen wie het Verdriet toe laat en alle ongehuilde tranen huilt, kan zijn wonden werkelijk genezen. Maar de mensen willen helemaal niet dat ik ze help. In plaats daarvan schminken ze een schelle lach over hun littekens. Of ze leggen een dik pantser over hun bitterheid heen." Het Verdriet zweeg. Haar huilen was eerst zwak ,toen sterker en tenslotte erg vertwijfeld.

De kleine, oude vrouw nam de in elkaar gedoken gedaante troostend in haar armen. Wat voelt ze warm en zacht aan, dacht ze en streelde zachtjes het bevende hoopje. "Huil maar, verdriet" fluisterde ze liefdevol. "Rust maar uit zodat je weer nieuwe krachten krijgt. Vanaf nu zal je niet meer alleen zijn. Ik zal je begeleiden zodat de moedeloosheid niet meer aan de macht is."

Het Verdriet stopte met huilen. Ze ging rechtop zitten en bekeek haar nieuwe met gezellin verbaasd aan. "Maar.....maar.. wie ben jij eigenlijk?" "Ik?", vroeg de kleine oude vrouw grijzend, maar daarna lachte ze weer onbezorgd als een jong meisje,
"Ik? ,ik ben de Hoop."

20:32 Gepost door Lucia in Inspiratie teksten | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

30-06-09

De mooiste reis van het leven

01:13 Gepost door Lucia in Inspiratie teksten | Permalink | Commentaren (0) | Tags: leven, video, reis, spritiualtieit |  Facebook |

12-06-09

Liefde

Liefde die vrij is van jaloezie...
is een hemelse liefde, rijk
en nooit schadelijk voor de geest.
Het is een diepe verwantschap
die de ziel baadt in tevredenheid,
een diepe honger naar genegenheid die,
wanneer zij wordt voldaan,
de ziel vult met overvloed,
een tederheid, die hoop schept
zonder dat zij de ziel in opschudding brengt,
die de aarde verandert in een paradijs
en het leven in een lieflijke, mooie droom.
Het is verkeerd te denken.....
dat liefde ontstaat uit lang met elkaar omgaan
en volhardende hofmakerij.
Liefde is de vrucht van geestverwantschap
en als deze niet in een oogwenk wordt gewekt,
zal zij in geen jaren of zelfs generaties ontstaan.
Zo verandert de uiterlijke verschijningsvorm van de dingen
in overeenstemming met onze gevoelens
en zo zien we daarin toverkracht en schoonheid,
terwijl deze zich in werkelijkheid
in onszelf bevinden.

Kahlil Gibran

 uit: Gebroken Vleugels

 

08-12-08

Zijn Rijkdom

Zijn Rijkdom


Het Kind wordt niet ontkend of doodgezwegen,
je hoort Zijn Naam nu overal,
in de café's en op de straten.
Het Kind, dat alles redden zal.


Ook in het warenhuis wordt Hij bezongen,
Het Wonder klinkt daar als een deun,
iets anders dan een sinterklaaslied
maar voor de handel toch een steun.

Opeens kan ik het niet meer harden.
Ik blijf hier niet. 'k Moet hier vandaan.
'k Wil niet beladen met geschenken
in rijkdom bij Zijn kribbe staan.

In blinde haast vlucht ik in 't donker,
waar ik kan schreien om Het Kind;
O Heer, laat mij een Kerstfeest vieren;
waarop 'k alleen Uw rijkdom vind.

Moe en verstild; een wereldvreemde;
kom ik met lege handen thuis;
te klein haast voor dit Grote Wonder;
Het Kind is in mijn hart en huis.

© CO 'T HART

28-09-08

Herfst


Herfst

In de herfst verzamelde ik al mijn verdriet
en begroef het in mijn tuin.
Toen het april werd en de lente de aarde huwde,
groeide er in mijn tuin prachtige, zeldzame bloemen.
De buren kwamen kijken en zeiden;
´Als het weer herfst wordt en de zaaitijd aanbreekt,
geef ons dan het zaad van die bloemen,
want die willen wij ook in onze tuin hebben`.

Ze zeggen:
`Je moet kiezen tussen de geneugten van deze
en de vreugde van de toekomstige wereld`.
En ik zeg:
`Ik heb voor de verrukking van deze wereld
en de toekomstige gekozen,
want diep in mijn hart weet ik:
de grote dichter heeft slechts één gedicht geschreven,
dat volmaakt loopt en rijmt´.

Kahlil Gibran – Zand en Schuim

28-07-08

Vreemd


Laten we verstoppertje spelen.
Als jij je verstopt in mijn hart,
kan ik je gemakkelijk vinden,
maar als jij je achter jezelf verstopt,
heeft het geen zin je te zoeken.

Vreemd dat je medelijden hebt
met wie traag ter been zijn
en niet met wie traag van begrip zijn
en dat je meer medelijden hebt
met wie blind van oog
dan met wie blind van hart zijn.

Wijsheid houdt op wijsheid te zijn
wanneer ze te trots wordt
om te huilen,
te ernstig om te lachen
en te zeer van zichzelf vervuld
om iets anders te zien dan zichzelf.

”Kahlil Gibran uit Zand en Schuim”

05-06-08

Vriendschap


Je vriend is het antwoord op wat je nodig hebt.
Hij is de akker die je met liefde inzaait en
onder dankzegging oogst.
Hij is je gedekte dis en je plekje bij het haardvuur.
Want je komt tot hem met je honger en
bij hem zoek je rust.

Als je vriend zich openhartig uitspreekt,
ben je niet bevreesd ook je “nee” uit te spreken
noch houdt jij je “ja” terug.
En als hij zwijgt, houdt je hart niet op
naar het zijne te luisteren
want zonder woorden worden in vriendschap
alle gedachten, alle verlangens, alle verwachtingen
geboren en gedeeld met vreugde zonder luidvertoon.

Als je afscheid neemt van je vriend ben je niet bedroefd
want wat je in hem het meest waardeert,
wordt je wellicht duidelijker in zijn afwezigheid;
zoals een bergbeklimmer de berg duidelijk ziet
vanuit de vlakte.

En laat je vriendschap geen andere bedoeling hebben
dan het verdiepen van de geest;
want liefde die iets anders zoekt dan
het ontsluieren van haar eigen geheimenis,
is geen liefde maar een uitgeworpen net en
alleen wat waardeloos is wordt gevangen.

Laat het beste wat je hebt bestemd zijn voor je vriend,
als hij de eb van je tij moet kennen,
laat hem dan ook de vloed kennen.
Want wie is je vriend dat je hem zou zoeken
om de tijd te doden?

Zoek hem altijd om te leven.
Hij mag je behoefte vullen maar niet je leegte.
En laat er in de zoetheid van je vriendschap sprake zijn
van lachen en het delen van genoegens.
Want in de dauw van de kleine dingen
vindt het hart zijn morgenstond en wordt verfrist.

*Kahlil Gibran, uit De profeet: Vriendschap*

14-05-08

Beautiful Things

decoration

18:03 Gepost door Lucia in Inspiratie teksten | Permalink | Commentaren (1) | Tags: zien, aanraken, hart, voelen |  Facebook |

31-03-08

Waakdromen


Als je bent verstild in de waakdroom
en luistert naar het dieper zelf,
vallen en dwarrelen je gedachten
als sneeuwvlokken neer en
hullen alle geluiden van je ruimte in een witte stilte.

Wat zijn waakdromen anders dan wolken
die uitbotten en bloeien aan de luchtboom van je hart?
En wat zijn gedachten anders dan
de bloemblaadjes die door de winden van je hart
worden verstrooid over de heuvels en de velden?
En zoals je vredig wacht
tot het vormloze in je vorm aanneemt,
balt de wolk zich samen en drijft rond
ot de gezegende vingers zijn
grijs verlangen vormen
tot kleine kristallen zonnen, manen en sterren.

”Kahlil Gibran De tuin van de profeet”

29-03-08

Op een dag


Op een dag, nadat we de wind,
de golven, de getijden
en de zwaartekracht meester zijn geworden,
zullen we de energieën der liefde gebruiken.
Dan zal de mens voor de tweede keer
in de geschiedenis van de wereld
het vuur ontdekken.

Pierre Teilhard de Chardin

18-03-08

Een allegorie

Een allegorie

Toen hij in de tuin van zijn hart wandelde, ontmoette de leerling plotseling de meester en was blij, want hij had in zijn dienst juist een taak volbracht en haastte zich die aan zijn voeten te leggen.
‘Zie, meester’, zei hij, ‘dit is volbracht: laat me nu ander onderricht geven.

De meester keek hem treurig maar coulant aan, zoals men een kind aankijkt dat iets niet kan begrijpen.
‘Er zijn al velen die intellectuele denkbeelden over de waarheid onderwijzen,’ antwoordde hij.
‘Denk je dat je het beste kan dienen door je bij hen te voegen?’
        De leerling stond perplex.
‘Zouden we de waarheid niet van de toppen van de daken moeten roepen, tot de hele wereld haar heeft gehoord?’ vroeg hij.
        ‘En dan –’
‘Dan zal de hele wereld haar beslist aanvaarden.’
 ‘Nee’, antwoordde de meester, ‘de waarheid is niet iets van het verstand, maar van het hart. Zie!’
        De leerling keek en zag de waarheid alsof het een wit licht was dat zich over de hele aarde verspreidde; niets daarvan bereikte echter de groene en levende planten die haar stralen zo hard nodig hadden, omdat er een dikke wolkenlaag tussen zat.
        ‘De wolken zijn het intellect van de mens,’ zei de meester. ‘Kijk nog eens.’
        De leerling keek intensief en zag hier en daar vagelijk openingen in de wolken, waardoor het licht in gebroken zwakke stralen probeerde heen te schijnen.
Elke opening werd veroorzaakt door een kleine draaikolk van trillingen, en als men naar beneden keek door de openingen die zo werden gemaakt, zag de leerling dat elke draaikolk zijn oorsprong had in een menselijk hart.
        ‘Alleen door het aantal draaikolken te vergroten en deze te versterken zal het licht de aarde ooit bereiken’, zei de meester.

‘Is het dan het beste om meer licht op de wolken te werpen, of om een draaikolk van hart-kracht tot stand te brengen?
Je moet aan dit laatste ongezien en ongemerkt werken en zelfs zonder er dank voor te krijgen. Het eerste zal u lof en bekendheid onder de mensen brengen. Beide zijn nodig: beide zijn ons werk, maar er zijn zo weinig draaikolken! Ben je sterk genoeg om de lofprijzingen te laten schieten en van jezelf een hartcentrum van zuivere onpersoonlijke kracht te maken?’
        De leerling zuchtte, want het was een pijnlijke vraag.

Occulte Verhalen, blz. 175-6
© 1999 Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag

http://www.theosofie.net/onlineliteratuur/occulteverhalen/allegorie.html


 

22:22 Gepost door Lucia in Inspiratie teksten | Permalink | Commentaren (1) | Tags: weten, kijken, hart, zien |  Facebook |

13-03-08

Kennis en semi-kennis

Kennis en semi - kennis

Vier kikkers zaten op een houtblok
dat vlak langs de oever van de rivier dreef.
Plotseling werd het blok door de stroom gegrepen
en langzaam meegesleurd.

De kikkers waren verrukt en volkomen geabsorbeerd,
want zij hadden nog nooit gevaren.
Tenslotte sprak de eerste kikker en zei:
‘Dit is werkelijk een wonderlijk blok,
Het beweegt alsof het leeft.
Nooit hebben wij eerder van een dergelijk blok gehoord’.

Toen sprak de tweede kikker en zei:
‘Nee mijn vriend, het blok is net als andere blokken,
het beweegt niet. Het is de rivier die naar de zee wandelt
en ons en het blok met zich meedraagt’.

En de derde kikker sprak en zei:
’Het is noch het blok noch het water dat beweegt
De beweging is in ons denken,
want zonder het denken beweegt er niets'.

En de drie kikkers begonnen te kijven
over wat er nu werkelijk bewoog.
De ruzie werd al heviger en luidruchtiger,
maar zij konden het niet eens worden.

Toen wendden zij zich tot de vierde kikker,
die tot op dat moment aandachtig had geluisterd,
maar stil had gezwegen en ze vroegen zijn mening.

En de vierde kikker zei:
‘Ieder van jullie heeft het bij het rechte eind
en geen heeft ongelijk.
De beweging is in het blok én in het water en óók in ons denken’.

En de drie kikkers werden zeer boos,
want geen van hen was bereid toe te geven
dat zijn waarheid niet de hele waarheid was en
dat de beide anderen niet geheel ongelijk hadden.

Toen gebeurde er iets vreemds.
De drie kikkers verenigden zich
en duwden de vierde kikker van het blok af de rivier in.

 Kahlil Gibran (Uit de Voorloper)

12-03-08

Geven

Wie van zijn bezit iets weggeeft,
geeft slechts weinig;
echt geven is: zichzelf geven.

Kahlil Gibran

20:00 Gepost door Lucia in Inspiratie teksten | Permalink | Commentaren (0) | Tags: geven, bezit, zichzelf |  Facebook |

11-03-08

Inzicht

Het onbewuste leven heeft vensters naar uitzicht

en deuren naar inzicht die

oneindig veel verder reiken dan

de grenzen van de wereld van de werkelijkheid.

William James Amerikaans filosoof  (1842 –1940)

08-03-08

Lied van de ziel

 

 LIED VAN DE ZIEL

In de diepte van mijn ziel is
een woordeloos lied - een lied dat woont
in het zaad van mijn hart.

Het weigert om samen te smelten met inkt
op papier. Het overspoelt mijn gevoelens
in een transparante mantel en vloeit
maar niet over mijn lippen.

Hoe kan ik het verlangen? Ik ben bang dat
het zich vermengt met aardse ether.
Voor wie zal ik het zingen? Het woont
in het huis van mijn ziel, in vrees voor
verharde oren.

Toen ik in mijn innerlijk zocht,
zag ik de schaduw van haar schaduw.
Als ik mijn vingertoppen aanraak,
voel ik haar trillingen.
De daden van mijn handen zien haar
aanwezigheid zoals een meer de schittering
van de sterren weerspiegelt. Mijn tranen
onthullen haar, zoals heldere dauwdruppels
het geheim van een verwelkte roos onthullen.

Het is een lied ontstaan in gedachten
en uitgevoerd in stilte
gemeden door schreeuwers en omhelsd door waarheid
herhaald door dromen en begrepen door liefde
verborgen bij het ontwaken en gezongen door de ziel.
Het is het lied van de liefde.

Welke Kaïn of Ezau kan het zingen?
Het is geuriger dan jasmijn.
Welke stem kan het tot slaaf maken?
Het is een hartsgeheim zoals dat van een maagd.
Welke snaar kan het doen trillen?
Wie durft het gebulder van de zee te verenigen
met het zingen van de nachtegaal?
Wie durft het geloei van de storm te vergelijken
met de zucht van een kind?
Wie durft de woorden hardop uit te spreken
die bedoeld zijn voor het menselijk hart?
Welke mens durft het
Lied van God te zingen?

*Kahlil Gibran*

05-03-08

Zelfkennis

Je hart kent in stilte de geheimen
van de dagen en de nachten.
maar je oren dorsten naar de klank
van de kennis van je hart.
Je zou in woorden willen kennen
wat je altijd in je gedachten hebt gekend.
Je zou met je vingers het naakte lichaam
van je dromen willen betasten.

En zo is het goed.
De verborgen bron van je ziel moet opzwellen
en murmmelend naar de zee stromen;
en de schat uit je oneindige diepten
zal aan je ogen geopenbaard worden.

Maar laat er geen weegschaal zijn om
je onberekenbare schat te wegen;
en peil niet de diepten van je kennis
met staf of dieplood.
Want het zelf is
een grenzeloze en onmetelijke zee.

  * Kahlil Gibran *

22:53 Gepost door Lucia in Inspiratie teksten | Permalink | Commentaren (0) | Tags: hart, stilte, geheimen, ziel, schat, ogen, dromen |  Facebook |

23-02-08

Openbaren

Geen mens kan je openbaren dan wat reeds

half slapend in de dageraad van je kennis ligt.

De leraar die in de schaduw van de tempel wandelt,

te midden zijner leerlingen,

geeft niet van zijn wijsheid,

maar veeleer van zijn geloof en zijn liefde.

Zo hij inderdaad wijs is,

nodigt hij je niet uit het huis

van zijn wijsheid binnen te treden,

maar leidt je naar de drempel van je eigen geest.

- Kahlil Gibran -

21-02-08

Hoe kan het anders zijn?

Je vreugde is je verdriet ontmaskerd.

En dezelfde bron waar je vrolijkheid uit opstijgt,

was vaak gevuld met je tranen
.

Hoe kan het anders zijn?

`Kahlil Gibran`

18-02-08

De idioot

De idioot

In de tuin van een gekkenhuis ontmoette ik
een jongeling met een gezicht dat bleek was,
lieflijk en vol verwondering.
Ik ging naast hem op de bank zitten en vroeg:
'Waarom bent u hier?'


Hij keek mij in opperste verbazing aan en zei:
'Hoewel het een onbetamelijke vraag is
zal ik haar toch beantwoorden.


Mijn vader wilde mij maken tot een duplicaat
van zichzelf en mijn oom eveneens.


Mijn moeder wilde dat ik het evenbeeld was
van haar roemruchte vader.


Mijn zuster placht mij haar zeevarende echtgenoot
voor te houden als het volmaakte,
navolging verdiende voorbeeld.

Mijn broer vindt dat ik net als hij moet zijn,
een uitmuntend atleet.


'Mijn leermeester - de doctor in de filosofie,

de muziekleraar en de leraar in de logica -

waren eveneens vastbesloten:
een ieder wilde slechts dat ik de weerkaatsing was
van hun eigen gezicht in de spiegel.


'Daarom ben ik hierheen gekomen.

Ik vind het hier gezonder.
Ik kan nu tenminste mezelf zijn.

Toen wendde hij zich eensklaps tot mij met de woorden:
'Zeg mij eens, bent u ook hierheen gedreven
door opvoeding en goede raad?'

En ik antwoordde: 'Nee, ik ben bezoeker.'
En hij zei: 'O, u bent één van hen die in
het gekkenhuis zitten aan de andere kant van de muur.'

                                                            Kahlil Gibran

16-02-08

Moed

Moed

Om te leven heb je moed nodig.
Zowel het nog geheel gave zaadje
als dat wat bezig is door zijn schil heen te breken,
heeft dezelfde eigenschappen.
Maar alleen dat wat door zijn schil breekt,
is in staat zich in het levensavontuur te werpen.

Dit avontuur vereist een ongekende durf;
ontdekken dat men niet via de ervaring van anderen kan leven
en bereid zijn zich over te geven.
Men kan niet van de één de ogen afpakken
en van een ander de oren
om van tevoren te weten wat er te gebeuren staat.
Ieder bestaan verschilt van een ander.

                        ~Kahlil Gibran, van dag tot dag~

*aanvulling op het Spiritueel sprookjesboek hoofdstuk 2*

18:29 Gepost door Lucia in Inspiratie teksten | Permalink | Commentaren (0) | Tags: moed, ervaring, leven, geven, ogen, bestaan |  Facebook |

14-02-08

Eenheid


Een scheikundige die uit zijn hart de compassie,
het respect, het verlangen, het geduld, de spijt,
de verrassing en de vergeving weet te extraheren
en ze samenvoegt tot een eenheid,
schept het atoom dat LIEFDE genoemd wordt.

Kahlil Gibran

12-02-08

Huwelijk

Huwelijk

Tezamen werd je geboren en samen zul je voor immer zijn.
Je zult tezamen zijn als de witte vleugelen van de dood je dagen verstrooien.
Ja, je zult zelfs tezamen zijn in Gods stille herinnering.

Maar laten er tussenruimten zijn in je samenzijn.
Laat de winden des hemels tussen je dansen.
Heb elkander lief, maar maakt van de liefde geen band:
laat zij veeleer zijn een golvende zee tussen de kusten van je zielen.
Zingt en danst tezamen en wees blij, maar bent ieder alleen,
zoals de snaren van een luit op zichzelf zijn, al doortrilt hen dezelfde muziek.
En staat tezamen, maar niet te dicht bijeen:
want de zuilen van de tempel staan ieder op zichzelf.

Kahlil Gibran

11-02-08

Liefde

Liefde heeft geen andere wens dan zichzelf te vervullen.

Maar als je lief hebt en zo nodig wensen moet hebben,
laten dit dan je wensen zijn: 
te smelten en een stromende beek te worden
die de melodie van de liefde tot in de nacht door zingt
de pijn te kennen van te veel tederheid
gewond te worden door je eigen begrip van de liefde
gewillig te bloeden en zelfs met vreugde. 
Tegen zonsopgang wakker te worden
met een hart met vleugels
en dankbaar te zijn voor nog een dag vol liefde
te rusten tegen de middag en te mediteren
over de extase van de liefde
’s avonds thuis te keren met dankbaarheid
en dan te slapen met een gebed voor de geliefde in je hart
en een lied op je lippen.

Kahlil Gibran uit: ‘De Profeet” 

09-02-08

Rabia en het raadsel van de verloren naald


 Intelligentie
Intelligentie

Rabia en het raadsel van de verloren naald

 

We zijn geboren om gelukkig te zijn, dat is ons geboorterecht. Maar mensen zijn zo dom dat ze zich niet op dit geboorterecht beroepen. Ze stellen veel meer belang in wat anderen bezitten en gaan achter die dingen aan. Ze kijken nooit naar binnen, ze zoeken het nooit in eigen huis.

De intelligente mens zal zijn zoektocht laten beginnen in zijn diepste wezen -- daar zal zijn eerste verkenning beginnen -- want hoe kan ik, als ik niet weet wat ik binnen in mij heb, overal in de wereld blijven zoeken? De wereld is zo groot. Degenen die naar binnen hebben gekeken, hebben het terstond gevonden. Dat vinden is niet iets dat zich geleidelijk voltrekt, het gebeurt ineens, het is een plotselinge verlichting.

 Ik heb horen vertellen over een belangrijke soefi-mystica. Ze heette Rabia al-Adawia. Op een avond zagen mensen haar op de weg naar iets zoeken. Ze was een oude vrouw, haar ogen waren verzwakt en ze had problemen met zien. Daarom kwamen de buren haar helpen.

Ze vroegen: `Wat zoek je?´

Rabia antwoordde: `Die vraag doet niet terzake. Ik ben aan het zoeken. Als jullie me kunnen helpen, help me dan.´

Zij moesten lachen en zeiden: `Rabia, ben je niet meer goed wijs? Je zegt dat onze vraag er niet toe doet, maar hoe kunnen we je helpen als we niet weten wat je zoekt?´

Rabia zei: `Nou goed, als ik jullie daar een plezier mee doe: ik zoek naar mijn naald. Ik ben mijn naald kwijt.´

Zij hielpen haar zoeken maar zij zagen onmiddellijk in dat het een flinke weg was en dat de naald maar iets heel kleins was.

Daarom vroegen ze aan Rabia: `Vertel ons alsjeblieft waar je hem verloren hebt, op welke plaats precies. Anders wordt het moeilijk. De weg is groot en we kunnen zo wel blijven zoeken. Waar heb je hem verloren?´

Rabia zei: `Jullie stellen alweer een vraag die er niet toe doet. Wat heeft die nu met mijn zoeken uit te staan?´

Zij hielden op. Ze zeiden: `Je bent niet goed wijs!´

Rabia zei: `Nou, om jullie een plezier te doen, ik heb hem in mijn huis laten vallen.´

Zij vroegen: `Waarom zoek je dan hier?´ En het verhaal luidt dat Rabia toen heeft gezegd: `Omdat er hier licht is en binnen heb ik geen licht.´ De zon ging onder en er viel nog maar weinig licht op de weg.

Dit verhaal zegt heel veel. Heb je je wel eens afgevraagd waar je naar zoekt? Heb je dat wel eens tot een punt van diepe meditatie gemaakt? Nee. Zelfs als je zo nu en dan in schemerige momenten, in dromerige momenten een flauw vermoeden krijgt van datgene waar je naar zoekt, dan is dat nooit precies, nooit exact. Het is nog niet vastomlijnd. Als je het probeert te omschrijven, bemerk je dat naarmate je het duidelijker omlijnt, de noodzaak om ernaar te zoeken, verdwijnt. Het zoeken moet het helemaal hebben van een toestand van vaagheid, van dromerigheid; zo lang dingen niet helder zijn, ga je door met zoeken. Door een innerlijke aandrang daartoe aangezet, door een innerlijke noodzaak daartoe gebracht, is je één ding duidelijk: je moet zoeken. Dit is een innerlijke behoefte. Maar je weet niet wat je zoekt.

En hoe kun je iets vinden als je niet weet wat je zoekt? Het is onduidelijk. Je denkt dat je het in geld, in macht, in prestige, in aanzien moet gaan zoeken. Maar dan leer je mensen kennen die aanzien genieten, mensen die macht bezitten en die zoeken ook. Dan zie je mensen die verschrikkelijk rijk zijn en die zoeken ook. Tot de laatste dag van hun leven zoeken ze. Rijkdom kan je dus niet helpen, macht kan je niet helpen. Je blijft zoeken, ondanks alles wat je bezit.

Het moet om iets anders gaan. De termen geld, macht en aanzien dienen enkel om je denken te bevredigen. Ze moeten je het gevoel geven dat je echt naar iets op zoek bent. Dat iets is nog niet gedefinieerd, het is maar een heel vage notie. Het eerste wat een echte zoeker, een zoeker die al een beetje wakker is, te doen staat, is de zoektocht nader te omschrijven, een scherp omlijnd concept ervan te formuleren, te zeggen wat het is, het te voorschijn te halen uit het droombewustzijn, er rechtstreeks naar te kijken, het onder ogen te zien. Dat brengt onmiddellijk een transformatie teweeg. Als je je zoektocht nader gaat bepalen, zul je je belangstelling in de zoektocht gaan verliezen. Hoe duidelijker die bepaald wordt, des te geringer wordt je interesse. Als het helemaal duidelijk is, verdwijnt ze eensklaps. Ze bestaat alleen als je niet alert bent. Laat ik het nog eens zeggen: zoeken doe je alleen zo lang je niet goed wakker bent, zo lang je niet bewust bent. Het niet bewust zijn roept de zoektocht in het leven.

Rabia heeft inderdaad gelijk. Binnen is geen licht. En omdat er binnen geen licht is en je niets ontwaart, ga je het natuurlijk buiten zoeken want buiten lijkt het veel helderder te zijn. Al onze zintuigen zijn naar de buitenwereld gekeerd. Onze ogen openen zich voor wat er buiten te zien is, onze handen zijn buiten ons in de weer, onze benen stappen de buitenwereld in, onze oren luisteren naar de geluiden, de klanken, van buiten. Alles waar je over kunt beschikken, is op buiten gericht; je vijf zintuigen functioneren extravert. Je zoeken begint daar waar je kunt zien, voelen, aanraken: voor de zintuigen valt het licht aan de buitenkant. En de zoeker is binnen.

Deze tweedeling moeten we proberen te begrijpen. De zoeker is binnen maar doordat het licht buiten valt, gaat de zoeker zich alle moeite doen om buiten iets te vinden dat hem kan tevredenstellen. Dat zal nooit gebeuren. Het is nooit gebeurd. In de natuur van de dingen is dat een onmogelijkheid want zo lang je de zoeker niet gaat zoeken, is al je zoeken zinloos. Als je niet ontdekt hebt wie je bent, heeft al je zoeken niets te betekenen, want je kent de zoeker niet. Als je die niet kent, hoe weet je dan in welke richting je moet zoeken? Het is een onmogelijkheid. Je moet bij het begin beginnen.

Wanneer aan al het zoeken een eind gekomen is en je plotseling beseft dat er slechts één ding achterhaald moet worden -- Wie is de zoeker in mij? Welke energie zet me tot zoeken aan? Wie ben ik? -- dan vindt er een transformatie plaats. Alles krijgt een andere waarde. Je gaat je blik naar binnen richten. Dan zit Rabia niet langer op straat te zoeken naar een naald die ze ergens binnen in de duisternis van haar eigen ziel is kwijtgeraakt. Als je eenmaal aan de weg naar binnen bent begonnen... In het begin is het er erg donker, daar heeft Rabia gelijk in. Het is heel erg donker want je bent daar gedurende vele levens niet meer geweest. Je ogen waren ingesteld op de buitenwereld.

Is het je wel eens opgevallen? Je komt van buiten, uit het heldere zonlicht, en je stapt zo van de straat je huis binnen waar het dan heel donker lijkt doordat je ogen nog ingesteld zijn op het licht van buiten. Als er veel licht is, vernauwen de pupillen van je ogen zich. In het donker moeten de ogen zich eerst ontspannen. Maar het donker verdwijnt gaandeweg als je even gaat zitten. Het wordt lichter, je ogen passen zich aan.

Je hebt gedurende vele levens in de felle zon gelopen, in de wereld, en wanneer je naar binnen gaat ben je helemaal vergeten hoe je je ogen weer moet laten wennen. Meditatie is eigenlijk niets anders dan je gezichtsvermogen, je ogen, weer laten wennen. En als je naar binnen blijft kijken -- je hebt er wat tijd voor nodig -- begin je binnen geleidelijk een prachtig licht gewaar te worden. Het is geen agressief licht, niet zoals het licht van de zon, het heeft meer iets van het licht van de maan. Het is niet verschroeiend, het is niet oogverblindend, het is juist heel koel. Het is niet fel, het is vol mededogen, het is heel troostend, het is balsem.

En gaandeweg, wanneer je eenmaal aan het binnenlicht gewend bent, zul je ontdekken dat jijzelf de bron ervan bent. De zoeker is het gezochte. Dan zul je ontdekken dat de schat in jezelf te vinden is en dat het hele probleem erin bestond dat je er in de buitenwereld naar gezocht hebt. Je bent het buiten je gaan zoeken terwijl het al die tijd hier in je was.
Je hebt het gewoon in de verkeerde richting gezocht.

http://www.dekleinebron.be/oshotransformatie/i

06-02-08

De vrouw die de rivier oversteekt

De vrouw die de rivier oversteekt decoration


Het ego is een sociaal verschijnsel: jij bent niet het ego, het ego is de maatschappij. Het verschaft je een plaats in de maatschappij, een plaats in de rangorde van de maatschappij. En als je daarmee tevreden bent, zul je alle kansen om je ware zelf te ontdekken mislopen.

Is het je nooit opgevallen dat alle vormen van ellende door het ego vat op je krijgen? Je kunt je er niet gelukzalig mee voelen, je kunt je er alleen maar ellendig mee voelen. Het ego is de hel. Als je lijdt, sla dan eens gade wat er aan de hand is en je zult ontdekken dat op de een of andere manier het ego er alles mee te maken heeft.

Twee boeddhistische monniken keren terug naar hun klooster. Ze komen bij een doorwaadbare plaats in een rivier. De stroming is zeer krachtig, de bedding zeer ongelijk. Er staat een mooi jong meisje te wachten of iemand haar misschien wil helpen over te steken. Ze durft dat niet alleen.

Een van de monniken, die natuurlijk de oudste is... omdat hij de oudste is loopt hij voorop -- een van de spelletjes van het ego: als je ouder bent moet je voorop lopen, jongere monniken volgen op enige afstand. De oudste komt dus het eerst bij die plek. Het jonge meisje vraagt hem: `Wilt u me even helpen? U hoeft me alleen maar bij de hand te nemen. Ik ben bang, de stroming is zo krachtig en misschien is het hier en daar erg diep.´

De oude man sluit zijn ogen. Dat heeft Boeddha hun voorgehouden, namelijk als je een vrouw ziet en zeker als ze mooi is, dat je dan je ogen moet dichtdoen. Dat verwondert me: je hebt haar al gezien en dan sluit je je ogen; hoe kun je anders weten dat het een vrouw is en dat ze mooi is? Je hebt al een indruk gekregen en dan doe je je ogen dicht! Hij sluit dus zijn ogen en loopt zonder het meisje een antwoord te geven, het water in.

Dan komt de tweede monnik, de jongere, naderbij. Het meisje is bang maar er zit niets anders op. De zon gaat onder, zo dadelijk is het donker. Dus vraagt ze aan de jonge monnik: `Wilt u me bij de hand nemen? Deze oversteekplaats lijkt me erg diep en de stroming is sterk... en ik ben bang.´ De jonge monnik zegt: `Het is hier diep, ik weet het, en met je bij de hand te nemen halen we het niet. Ik zal je op mijn schouders nemen en je naar de overkant dragen.´

Als ze het klooster bereiken zegt de oudere monnik tegen de jonge: `Zeg makker, je hebt zonde gedaan en ik zal moeten doorgeven dat jij niet alleen een vrouw hebt aangeraakt, dat je niet alleen met haar hebt gepraat maar dat je haar ook nog op je schouders hebt genomen! Je verdient uit de kloostergemeenschap gestoten te worden, je bent niet waard een monnik te zijn.´

De jonge monnik zegt lachend: `Ik meen dat ik het meisje enkele kilometers terug heb neergezet maar ik zie dat jij haar nog steeds op je schouders meedraagt. We zijn nu een paar kilometer verder en jij bent daar nog steeds mee bezig?´

Wel, wat is er aan de hand met die oude monnik? Het meisje was mooi en hij heeft zijn kans niet benut. Hij is kwaad, hij is afgunstig. Zijn seksuele begeerte laat hem niet met rust, hij zit behoorlijk in de knoei. De jonge monnik heeft zich nergens aan bezondigd. Hij heeft het meisje over de rivier gedragen en haar op de andere oever achtergelaten en dat was het dan, daarmee was de kous af.

Vecht nooit met je lusten, je ego, je woede, je afgunst, je haat:
jij kunt ze niet eronder krijgen, je kunt ze niet verpletteren, je kunt niet van ze winnen.
Het enige wat je kunt doen, is je van ze bewust te zijn.
Zodra je ze bewust ervaart, zijn ze verdwenen.
Het donker verdwijnt met de komst van het licht.

*De kleine bron Osho transformatie inspiratiekaart*

04-02-08

De Edelsteen

Path, march, 1887, te vinden in William Q. Judge als
Papyrus - The Gem
, Theosophical Articles, vvol II, p. 403-405,
Theosophy Company en Echoes of the Orient, Vol III, p. 271

Papyrus - De Edelsteen Rameses (pseudoniem van W.Q. Judge)

Op de wegen was het een gedrang van mensen die naar het grote plein liepen, want het was het feest van de Godin. De tempels waren afgeladen, terwijl lange rijen van mannen en maagden in de gewaden van "Het Heilige" naar de rivier slingerden. Muziek en zang werd luider en zwakte weer af in het avond briesje, zoals de polsslag van een kloppend hart.

Hier en daar waren de schrift geleerden te zien en zittend op de open plaatsen, de Verhalen Vertellers.
Een van hen, terwijl ik bij hem in de buurt uitrustte,
vertelde het verhaal van:
"Iemand Die De Edelsteen Vond"

In het land van de Wijze Mannen, daar leefde een jonge man. Vele jaren had hij gewerkt in een vreemde mijn; de 'Mijn van de Onschatbare Edelstenen'; - hoopvol, dapper, maar tevergeefs. Hij wist allang dat hij die de Meester Steen zou vinden, vrij zou zijn, vol van vrede en nooit meer zou hoeven graven, want niets beters dan dat kon gevonden worden.
Hij wist ook dat hij die de steen vond deze moest delen met alle mensen.

Vele kleinere stenen had hij gevonden, maar deze legde hij opzij om te gebruiken als de grote steen gevonden was. Stil en bestendig werkte hij door, tot op een donkere dag, terwijl hij zo zwak was geworden dat hij nog maar een poging kon doen, werd die poging een succes en voor hem lag de grote edelsteen.
Moe, zwak, maar vreugdevol, nam hij het bij zich aan de borst en ging eropuit om het te delen met anderen; want hij die anderen niet vertelt van zijn edelsteen, en hem deelt met alle mensen moet het weer verliezen.

Ver zwerfde hij, zijn wonderlijke verhaal vertellend;
het Vinden van de Onschatbare Steen - de steen die mensen groter, wijzer en liefdevoller maakte dan alle levende dingen; de steen die geen mens kon houden, tenzij hij hem weggaf.

Ver reisde hij in zijn eigen land, om zijn verhaal te vertellen en van de Steen te geven aan ieder die hij tegenkwam. Stilletjes luisterden ze - zwaarmoedig mediteerden ze en zachtmoedig zeiden zij:
Dit is Kali-yuga, de donkere tijd.
Kom over honderd duizend jaar terug.
Tot dan is de steen niet voor ons. Het is Karma

Verder zwerfde hij, altijd proberend het zelfde doel te bereiken. Zwaarmoedig luisterden zij, zachtjes spraken zij: 'Vrede zij met u.
Als de Lotus ophoudt te bloeien en onze heilige rivier droog valt, kom dan terug. Tot dat moment hebben wij de steen niet nodig.'

Over de zeeën kwam hij in een ander land, vol vertrouwen dat ze hier wel zouden luisteren en met hem delen. De vele dagen van zwerven en de lange reis over de zee hadden hem dun en haveloos eruit doen zien. Hij had hier niet aan gedacht, maar terwijl hij zijn verhaal vertelde werd hij er voortdurend aan herinnerd en dacht hij ook aan andere zaken want de mensen hier antwoorden op vele manieren en niet altijd vriendelijk.

  • Sommigen luisterden, want zijn verhaal was nieuw voor hen, maar de edelsteen was ongeslepen en zij wensten het  glanzend.
  • Anderen stonden even stil en wilden dat hij het verhaal in hun tenten vertelde, want dat zou hen verheven en beroemd maken, maar zij wilden de edelsteen niet. Omdat hij niet tot hun stam behoorde, konden zij niets van hem aannemen.
  • Een stond stil en wilde wel wat van de edelsteen, maar hij wilde het gebruiken om zijn eigen positie te verhogen en zijn collega's te overtreffen in marchanderen en onderhandelen. De reiziger was niet in staat van de steen te geven aan iemand als dit.
  • Weer een ander luisterde, maar in omdat de reiziger weigerde de edelsteen in de lucht te doen zweven, wou hij er niets van hebben.
  • Iemand anders hoorde het verhaal, maar hij wist een betere steen en was er zeker van dat hij het vinden zou, want hij at niets dan sterren stralen en maanlicht.
  • Iemand anders kon niets van de steen ontvangen of naar het verhaal luisteren, want de reiziger was arm en onverzorgd. Als hij nou in paars en fijn linnen gekleed was geweest en zijn verhaal in bloemrijke taal verteld had, was hij misschien echt de eigenaar van De Edelsteen.
  • Nog een ander hoorde, maar wist zeker dat dit de edelsteen niet was. Omdat de Zwerver in het verleden zonder succes was geweest, kon hij toch zeker nu de echte steen niet gevonden hebben.
    Zelfs als hij het gevonden had, kon hij nooit het juiste beoordelingsvermogen hebben om het te verdelen.Dus wilde hij niets van de steen.

Overal ging de Zwerver en overal was het hetzelfde.
Sommige wilden het wel, maar de steen was te hard, of niet glanzend genoeg. Hij was niet een van hen, of hij was te onontwikkeld. Hij was niet netjes en te vuil om in hun ideeënwereld te passen, dus wilden ze niets van zijn steen weten.

Droevig, verouderd en met bloedend hart zwierf hij terug naar het land van de Wijze Mannen.
Naar een van hen ging hij, vertellend van zijn reizen en dat niemand met hem de steen wilde delen en ook van zijn verdriet dat hij het verliezen moest.

"Wees niet bedroefd, mijn zoon,' zei de Wijze,
'de steen is voor jou, noch kan je haar verliezen".
Hij die de moeite neemt om zijn medemensen te helpen is de rechtmatige eigenaar van de steen en bezit haar helemaal ook al heeft hij haar met de hele wereld gedeeld. Aan iedereen die je gesproken hebt, ook al wisten ze het niet, heb je een van de kleinere stenen gegeven die je gevonden had. Dat is genoeg.
Als de Meester Steen geslepen en gepolijst is, dan is het werk van de fortuinlijke bezitter klaar.
Het lange reizen en vermoeiende zwerven, het brekende hart en de ogen vol tranen hebben je edelsteen geslepen en gepolijst.
Kijk, het is een witte en glanzende steen!'

Het uit zijn borstzak halend, staarde de Zwerver in het wonderlijke licht van de steen terwijl een uitdrukking van grote vrede over zijn gezicht kwam.
De edelsteen aan de borst nemend en de oogleden gesloten,
viel hij in slaap, geen zwerver meer.

00:15 Gepost door Lucia in Inspiratie teksten | Permalink | Commentaren (4) | Tags: zwerver, edelsteen, sterren, rijkdom |  Facebook |